Judith Herzberg (1934) is een van onze boeiendste, hedendaagse dichteressen. Zij observeert scherp en de verbazing over wat zij ziet, noteert ze in schijnbaar alledaagse poëzie. Het gaat bij haar over gympjes, over het rozenbottelplaatje op een jampot en over haar gevoelens ten opzichte van haar bestek nu er een afwasmachine in huis komt. Maar wat alledaags lijkt, is het niet. Onder de eenvoudige anekdotiek van haar gedichten, zit vaak een complexe psychologische laag verborgen. Haar gedichten lijken uit de losse pols geschreven te zijn. Maar ook dit is schijn. Bij nadere beschouwing is te zien hoe subtiel ze zijn opgebouwd en hoe muzikaal ze te werk gaat. Judith Herzberg heeft ook belangrijk toneelwerk geschreven, waaronder Leedvermaak. Zij behandelt in haar stukken vragen als: 'wat is goed, wat is slecht, wat is waarheid en wat leugen?'. Het drama zit bij haar vaak tussen de regels of in een achteloos gesproken zinnetje. In twee bijeenkomsten bespreken we met elkaar de poëzie van Herzberg en in de laatste bijeenkomst krijgt u inzicht in haar toneelwerk. Daarbij proberen we uit te zoeken wat haar werk dramatisch zo sterk maakt.